DE CLOWN

Hij was maar een clown
Hij was maar een clown 
Hij lachte en sprong
Maar onder die lach
In 't wit en in 't rood 
Maar nu is hij dood
In 't fel gele licht
zat een droevig gezicht

DE HERINNERING BLIJFT AAN DIE CLOWN MET Z'N LACH
HIJ HEEFT ALLES GEGEVEN TOT DE LAATSTE DAG
KENDE DE PIJN VAN ZIJN STILLE VERDRIET
WANT ER WAS OP HET EINDE, NIEMAND DIE HIJ VERLIET

Hij woonde alleen
in een wagen van hout
hij was maar een clown
en zo werd hij oud
( alleen )
( van hout )
( een clown )
( zo oud )

 

zijn hoed was te klein
en zijn schoenen te groot
hij was maar een clown
Maar nu is hij dood
( te klein )
( te groot )
( een clown )
( echt dood )


DE HERINNERING BLIJFT AAN DIE CLOWN MET Z'N LACH
HIJ HEEFT ALLES GEGEVEN TOT DE LAATSTE DAG
KENDE DE PIJN VAN ZIJN STILLE VERDRIET
WANT ER WAS OP HET EINDE, NIEMAND DIE HIJ VERLIET

Op een avond hij viel
net als elke keer
Het publiek lachte luid
maar voor hem was het uit
( hij viel )
( ied're keer )
( heel luid )
( echt uit )

 

Hij was maar een clown
In 't wit en in ’t rood
Hij was maar een clown
en nu is hij dood
( een clown )
( 't rood )
( een clown )
( echt dood )

 

DE HERINNERING BLIJFT AAN...
WANT ER WAS OP HET EINDE NIEMAND DIE HIJ VERLIET ( 2 x )